Actueel
Lange levensduur
Lange levensduur kwalitatief onderhoud
Slimme software
Slimme software bespaart CO2
Gebruiksvriendelijk
Gebruiksvriendelijk goede training

16 april 2026

Vrijstelling Gladheidbestrijding 2025–2030

Vrijstelling Gladheidbestrijding 2025–2030: wat betekent dit voor wegbeheerders en uitvoerders?

Gladheidbestrijding is onmisbaar. Zo blijven wegen ook bij winterse omstandigheden veilig en bereikbaar. In de praktijk betekent dit dat er soms gewerkt moet worden buiten de standaard verkeers- en voertuigregels. Daarom heeft de overheid een Vrijstelling Gladheidbestrijding vastgesteld.

In deze blog zetten we de belangrijkste punten van deze vrijstelling helder op een rij.

Waarom deze vrijstelling?

Bij winterse omstandigheden moeten wegbeheerders snel en effectief kunnen werken. Denk aan strooien en sneeuwruimen. Dat betekent soms:

  • afwijken van bepaalde verkeersregels wanneer dit noodzakelijk is;
  • gebruikmaken van rijstroken of wegdelen die normaal niet toegankelijk zijn, zoals busbanen of vluchtstroken;
  • werken met voertuigen die afwijken van standaardafmetingen of -gewichten.

Zonder vrijstelling is dit juridisch niet mogelijk. Om Nederland veilig en bereikbaar te houden, is deze ruimte noodzakelijk.

Voor wie geldt de vrijstelling?

De vrijstelling geldt voor:

  • openbare diensten (wegbeheerders) zoals het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen;
  • aannemers en medewerkers die in opdracht van deze wegbeheerders werkzaamheden uitvoeren voor gladheidbestrijding.

Voor welke voertuigen geldt de vrijstelling?

De vrijstelling geldt voor motorvoertuigen die worden ingezet voor gladheidbestrijding, zoals strooiwagens, sneeuwploegen, sneeuwblazers en vergelijkbaar materieel.

De vrijstelling is landelijk van toepassing en geldt voor alle openbare wegen.

Welke werkzaamheden vallen onder gladheidbestrijding?

Onder gladheidbestrijding vallen onder andere:

  • actieve inzet bij sneeuw en ijzel;
  • testen van voertuigen en materieel (zoals vlootschouwen);
  • het rijden van referentieroutes en testroutes voor automatisch strooien;
  • onderhouds- en reparatieritten die direct samenhangen met de inzet.

Belangrijk om te weten: transport- en demonstratieritten buiten calamiteiteninzet vallen hier niet onder, net als het verplaatsen van materieel buiten het winterseizoen. Daarentegen valt het testen wel onder de vrijstelling.

Belangrijkste vrijstellingen in het kort

De vrijstelling biedt ruimte om af te wijken van bepaalde regels uit de Wegenverkeerswet, de Regeling voertuigen en het RVV 1990.

Zo mogen voertuigen onder voorwaarden afwijken van voorschriften over afmetingen en gewichten, bijvoorbeeld door de montage van strooiapparatuur of sneeuwploegen.

Ook is er ruimte om af te wijken van regels rond zichtbaarheid van kenteken en verlichting, mits dit op een veilige manier wordt opgelost.

Daarnaast mogen in specifieke situaties bepaalde verkeersregels worden aangepast, zoals het gebruik van busbanen, vluchtstroken of afgesloten rijstroken. Dit mag alleen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering.

Voor milieuzones geldt een vrijstelling. Voor zero-emissiezones geldt momenteel een tijdelijke vrijstelling van één jaar, met mogelijke verlenging.

De vrijstelling geldt uitsluitend tijdens de uitvoering van gladheidbestrijding en alleen wanneer dit echt nodig is.

Veiligheid blijft leidend

Hoewel de vrijstelling ruimte biedt, blijft veiligheid altijd het belangrijkste uitgangspunt.

Daarom geldt onder andere:

  • snelheid aanpassen aan de omgeving;
  • gebruik van geel zwaai-, flits- of knipperlicht;
  • dragen van veiligheidskleding buiten het voertuig;
  • aandacht voor rijhulpsystemen zoals AEBS/ADAS;
  • specifieke opleiding of training voor chauffeurs.

De vrijstelling mag alleen worden gebruikt als het werk zonder vrijstelling niet uitgevoerd kan worden.

Geldigheidsduur

De vrijstelling geldt van 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2030. Hiermee is er voor vijf jaar duidelijkheid voor wegbeheerders en uitvoerende partijen.

Wat betekent dit voor uw organisatie?

De nieuwe vrijstelling vraagt om een goede voorbereiding. Denk aan:

  • voertuigen die voldoen aan de eisen rondom ADAS/AEBS;
  • goed opgeleide chauffeurs met kennis van winterdienst;
  • duidelijke werkinstructies en naleving van veiligheidsregels.

Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met verschillen in rijbewijzen binnen uw organisatie. Medewerkers die hun rijbewijs BE hebben behaald na 19 januari 2013 vallen onder andere regels dan medewerkers die dit eerder hebben behaald. Dit kan gevolgen hebben voor welke voertuigcombinaties zij mogen besturen, zelfs wanneer het om hetzelfde voertuig gaat. Verder kan de mogelijkheid om met een B-rijbewijs voertuigen tot 5.500 kg te besturen na 2030 vervallen.

Schuitemaker ondersteunt organisaties bij het toepassen van deze regelgeving. Van techniek tot advies en opleiding.

Wij helpen om veilig en efficiënt te werken.